Het vervoeren van goederen naar, in, en vanuit de stad kan veel schoner en efficiënter, aldus logistiek deskundige Hans Quak van TNO. Het instellen van ruimere venstertijden en beter afstemmen van regelgeving in de verschillende steden, leidt tot minder schadelijke uitstoot en is ook nog eens goedkoper. Daarnaast kunnen retailketens zelf ook veel verbeteren.
Lokale overheden nemen allerlei maatregelen om de overlast in steden te beperken. Deze maatregelen blijken in de praktijk soms meer gericht te zijn op het verbieden of beperken van stedelijke distributie, dan dat ze bijdragen aan het efficiënter en schoner organiseren van het vervoer.
Op basis van een case studie met 14 grote retailketens concludeert Hans Quak dat de huidige venstertijden regelgeving onnodig inefficiënt is en vaak juist vervuiling doet toenemen. Ook laat hij zien dat ruimere en/of minder venstertijden leiden tot een schoner én goedkoper goederenvervoer in de steden.
Retailketens kunnen zelf ook iets ondernemen om de duurzaamheid van hun operaties te verbeteren en tegelijkertijd de problemen die door stedelijke regelgeving worden veroorzaakt te verminderen. Als grote ketens de regie gaan voeren over de distributie van hun bestellingen bij leveranciers en ze dit transport combineren met hun eigen winkelbevoorrading, worden ze minder gevoelig voor bijvoorbeeld venstertijden, en kan er een enorme besparing worden behaald in CO2 uitstoot.
Op donderdag 20 maart 2008 verdedigde Hans Quak van TNO zijn proefschrift Sustainability of Urban Freight Transport. Retail Distribution and Local Regulations in Cities. Het onderzoek van Hans Quak is verricht in het Erasmus Research Institute of Management (ERIM), de gezamenlijke door de KNAW erkende onderzoeksschool van RSM Erasmus University en de Faculteit der Economische Wetenschappen.
Lees ook het artikel
'Milieuwinst in stedelijke distributie' van Hans Quak in logistiek.nl.
Bron Envirodesk.be
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
woensdag 9 april 2008
woensdag 19 maart 2008
De zon heeft de toekomst

Zonne-energie heeft een enorm potentieel. Maar de overheid heeft het afgelopen decennium nagelaten het gebruik ervan te stimuleren, blijkt uit onderzoek van het Natuur en Milieu Planbureau in Nederland. De milieubeweging en de zonne-energiesector roepen het al jaren, maar nu is het ook bevestigd door het onafhankelijke Milieu- en Natuurplanbureau: de zon kan heel veel energie voor ons opwekken. En niet alleen in de Sahara: als alle daken in Nederland vol zouden liggen met zonnepanelen, levert dat tot 95 procent van de elektriciteit die we nu in België verbruiken. De warmte die daarbij geproduceerd wordt, zou bovendien zo'n twintig procent van de huishoudens van verwarming kunnen voorzien.
Natuurlijk is het niet reëel dat elk dak in Nederland over een paar jaar vol zonnepanelen ligt. ‘Dit onderzoek is een gedachte-experiment', verklaart Frank Diepz van het Natuur en Milieu Planbureau. ‘Het volledige potentieel zullen we nooit halen, maar we weten nu wel dat zonne-energie er toe doet.'
Zonne-energie is schoon en oneindig, maar vooralsnog duur. Een kilowattuur kost nu 45 cent, ruim het dubbele van de standaard elektriciteitsprijs. Daarom wordt het nog weinig gebruikt in Nederland en zal het op korte termijn niet substantieel bijdragen aan een vermindering van de CO2-uitstoot. Als de prijs omlaag gaat, ziet het Milieu en Natuur Planbureau op de langere termijn echter grote mogelijkheden voor zonne-energie. ‘Maar dan mag de overheid de komende tien jaar niet stilzitten', waarschuwt Diepz.
De afgelopen tien jaar was dat wel het geval. De Nederlandse overheid heeft geen effectief beleid gevoerd om het gebruik van zonne-energie te stimuleren, concludeert het Milieu en Natuur Planbureau. Zo schafte de regering subsidies voor de aankoop van zonnepanelen vijf jaar geleden af. Begin dit jaar presenteerde minister Van der Hoeven van Economische Zaken een nieuwe subsidieregeling, maar omdat slechts tweeduizend huishoudens daarvan gebruik kunnen maken, zal die volgens Diepz maar ‘mondjesmaat' effect hebben.
Dat bevestigt directeur Leon Giesen van Scheuten, een producent van zonnecellen en -panelen: ‘Uiteindelijk moet zonne-energie niet alleen op de daken van woonhuizen, maar vooral ook op die van kantoren en fabrieken opgewerkt worden.' In Duitsland is al een flinke industrie ontstaan rondom zonne-energie. ‘Daar werken zo'n 50.000 mensen in de solar, in Nederland hoogstens 200', ligt Giesen toe.
Nederland loopt ook volgens Diepz flink achter. ‘Er moet nog een hoop ervaring worden opgedaan. Dat geldt voor architecten, installateurs en consumenten. Maar ook voor energiebedrijven, die de technologie moeten ontwikkelen om de energie die consumenten ‘teveel' opwekken, af te nemen.'
Bron: NMP
Abonneren op:
Posts (Atom)